Alle spaakgaten moeten volledig en goed door een geschikt velglint afgedekt zijn (afb. 1).
Let op de eventueel aanwezige informatie betreffende de rijrichting op de zijkant van de band.
Trek één kant van de band op de velg. (2)
Pomp de binnenband iets op totdat hij een ronde vorm heeft.
Steek het ventiel door het daarvoor bestemde gat in de velg.
De binnenband in de buitenband leggen. (afb. 2)
Gebruik tijdens de montage geen scherpe montagegereedschappen (afb. 3).
Tegenover het ventiel begint u met het monteren van de andere kant van de band op de velg.
De binnenband mag niet tussen de buitenband en de velg beklemd zitten (afb. 4)
Let erop dat het ventiel recht ten opzichte van de velg staat (afb. 5)
Centreer de band voordat u deze tot de gewenste bandenspanning oppompt.
Gebruik een manometer (b.v. de Schwalbe Airmax Pro) om de band op de juiste spanning te brengen. De toegestane druk is op de zijwand van de band aangegeven.
Controleer de bandenspanning minstens éénmaal per maand met een luchtdrukmeter (afb. 6)